Work

Verhaal eener Pelgrimsreis van Singapoera naar Mekah, door Abdoellah Bin Abdil Kadir Moensji, Gedaan in het Jaar 1854

Year: 1867
Type: article
Abstract: Dit zijn de herinneriugen mijner reis van Singapoera met het schip vau Sjech Abdoel Karim, genaamd SoeMa &*/«/«, in het jaar 1270 der Ilegini, op den üOsten dag der maaud ' Het Bestuur van het Instituut ontving nevens deze vertaling van het reisverhaal ook den maleischeii tekst, dien het evenwel gemeend heeft te kunnen weglaten oj> grond dat hij te Singapore gelithographeerd en ook opgenomen is in een in 1866 te Batavia verschenen werkje, getiteld: Tjermin inata bagi segala oning jang menoentoet pengetahoewan, Bahagian jang kadoewa.JJe redactie meent daarom toch na de vertaling de aanteekeningen te moeten laten volgen, die ook op den maleisohen tekst betrekking hebben.Aan de inleiding, die de heer Klinkert er bijvoegde maar die thans, omdat wij enkel de vertaling afdrukken, niet in haar geheel meer kan worden opgenomen, ontleonen wij het volgende: «Uit reisverhaal is het laatste werk van den ijverigen schrijver en kon door.hem nie,t worden voltooid, daar hij plotseling te Mëkah overleed.Voor de kennis van een paar landen en volken en vooral van het Mohamrdanisme, zooals het zich in het werkelijke leven openbaart, is het niet onbelangrijk.Wel werd de schrijver verhinderd ons iets over Mëkah te geven, doch wat hij overigens gegeven heeft is van te veel belang om het onbekend te laten blijven.Zijn stijl is minder zamenhangend on vloeiend dan in zijne andere werken on daardoor hier en daar duister.Dit is een gevolg van de omstandigheden, waaronder hij schreef.Daardoor was ook de vertaling, hoewel niet moeijelijk van het geheel, van sommige plaatsen verre van gemakkelijk.Dit kan men het beste gewaar worden als men, vóór mijne vertaling te lezen.zelf de overzetting eens beproeft.Dat ik in mijne vertaling geen fraai nederduitsch heb geleverd volgt uit den aard der zaak.Wilde ik zooveel mogelijk getrouw zijn, -en ik heb getracht dit te wezen -dan moest ik daarvan afzien.Waar echter die vertaling door woordelijke getrouwheid al te onduitsch zou geworden zijn, heb ik mij kleine vrijheden veroorloofd.»Djoemadilawal, dat is het jaar 1854 der Christelijke tijdrekeïiing en komt overeen met den eersten dag der maand van het Chiuesche nieuwjaar.Met Gods hulp dan kwamen wij na twee tl drie dagen in de zee van Malaka, doch gierden daar niet aan, maar zeilden met een noordenwind door.Zoo gaf God dat wij na drie dagen zeilens, dus op den vierden bij Poelaoe Pinang ' waren, doch ook dit deden wij niet aan, maar zeilden door.Op Zondag, den zevenden dag der maand, 's avonds ten negen ure, stak er een zeer stevige noordewind op, zoodat de golven en de deining zeer aangroeiden en dit zoo groote schip als een kokosnoteuschil door de deining op en neder gesmeten werd.Al de kisten en goederen in liet schip, die aan bakboord stonden kwamen naar stuurboord en die aan stuurboord kwamen naar bakboord.Dit duurde tot 's morgens, toen oin elf ure de wind ging liggen *.Nogthans zeilden wij door en kwamen ongeveer tegen vier ure in den namiddag tegenover Poelaoe Perak.Op dit eiland is geen spruitje gras of eenige boom, maar slechts opeengelioopte steen, die van verre, gezien wit is en liet voorkomen van zilver heeft.Hierom is liet dat men liet Poelaoe Perak (zilver-eiland) heeft genoemd.Daar is de plaats, waar allerhande soorten van zeevogels bijeenkomen om te slapen.Op het uur van het avond-gebed (van 6-7 ure) kwamen er vier vogels rondom liet schip vliegen, en daar liet reeds te duister was om nog naar dat eiland te gaan slapen, zoo streken zij neder op de ra's van het schip.Daarop klommen matrozen stilletjes naar boven om ze te pakken en kregen ze.Wat deze vogels betreft zoo waren hutiue vederen blaauw, hun bek geel en hunne pooten gelijk aan eendenpooten.Kr werden dan vier gevangen, vervolgens geslagt, gekookt en gebraden.Op den negenden dag der maand kwamen de streken van Atjih * in 't gezigt, waarvan de lengte gedurende ongeveer twee dagen zeilens onafgebroken was.Daarna zeilden wij in den grooten Oceaan, zonder iets anders te zien dan lucht en water, is een eilaml in de zee van Malaka, dat den Engelschpn toebehoort.* Het woord 5^0^ m/o;^, door den S. hier gebruikt, komt in de woordenboeken niet voor.De beteekenis daarvan is dezelfde als die van Xjo toA'f^.Dit laatste alleen is hier te Eiouw in gebruik, het «erste meer te Malaka.* Een Maleisch rijk in het noorden van Sumatra.VEftHAAT.EEJfER PET.GRIMRErS toen het eilaud Ceilou pas in 't zigt kwam, even als de dnjfkurken van een treknet ' , en op den elfden dag kwanten wij pas te Gali.Toen naderde eeue menigte hengelaars-schuiteu, die van buiten op verschillende wijze beschilderd waren.Deze bragten allerlei slag van visch, die er ongeveer als damdan^a» * uitzag, doch een weinig meer spits, en inktvisch bijna een ^anla»^ *.Dit werd gekocht voor twaalf' centen *.Tegen den avond kwamen er weder twee of drie schuiten, die wat sinaasappelen, djnmboe-meloenen en ananas bragten.Ook bragteu zij een koker mede, van banden voorzien, vol van allerlei Ceilousche stecnen, ringen en juweelen, waarvan ik alle soorten en variëteiten niet beschrijven kan.Dit was alles om te vcrkoopeii.Daarna kwam het schip op de hoogte tegenover den berg van Cei-•lon *.Op dat oogenblik schreeuwden al de matrozen en sloegen op bekkens en trommels en op hetzelfde oogenblik kleedden zij een Abyssiiriër aan als een oud man met een stok in de hand en een langen baard.Deze werd door de meeste anderen al dansende gevolgd tot voor hunnen gezagvoerder, bij wien ik gezeten was, en bewezen hem hulde.Ook gaf ieder hem zooveel geld als betamelijk was «.Toen vroeg ik aan het hoofd der matrozen, namelijk den bootsman Mahinoed genaamd, (wat dit te beduiden had?) *.Hij zeide: // Zoo is de gewoonte op elk schip, zoodra het tot hier gekomen «is, is men vrolijk en vraagt geld om eenige spijzen te koopeu //ten einde liet eerste hoofdstuk van den Koren te lezen in den // naam van onzen vader Adam *, over wien vrede zij!» i D. i. Het doomde uit zoo op on zag er van verre uit als de drijfkurken van een treknet.aan de oppervlakte van het water, * De iawiaM^flM is oen wolsmakonile zoevisch ter grootte van een kabeljiumw, geschubd on gevind.' Een <7a»/ -*•«) »;»*«£ korte, afgebroken golven beteekent.* Eigenlijk staat er ,«-J^ jwj SjtJ JIAT JjJ^« (_jJ>*ft ,^/L-f^ d. i.
Language: Dutch
Subfield: History
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W1967136254
FWCI:
Cites:
Cited by: 3
Related to: 10