Year: 1959
Type: article
Abstract: Van tijd tot tijd worden wij, door min of meer toevallige skeletvondsten, er aan herinnerd, dat de fysische antropologie van de Antillen nog slechts door zeer weinigen tot onderwerp van studie is gemaakt.De laatste tijd is het verlangen naar meer kennis van de prae-colombiaanse bewoners van de Nederlandse Antillen echter op opvallende wijze toegenomen.Dit is vooral duidelijk geworden door de oprichting van een Sectie van de "Natuurwetenschappelijke Werkgroep Nederlandse Antillen", welke zich ten doel stelt het archeologisch onderzoek daadwerkelijk te bevorderen.Gehoopt wordt dat in de toekomst, mede daardoor, belangrijke vondsten op dit gebied zó kunnen worden behandeld, dat zij zo mogelijk ter plaatse door deskundigen kunnen worden bestudeerd, alvorens door andere belangstellenden te worden bekeken.Willen wij echter komen tot een gedegen kennis van de vroegere bewoners van deze eilanden, dan zullen wij moeten overgaan tot het systematisch ontgraven van een aantal met zorg uitgezochte terreinen -onder leiding van personen die de vondsten volledig tot hun recht laten komen.Men kan iets maar één keer opgraven, en de omstandigheden waarin een voorwerp wordt gevonden, zijn vaak van beslissende betekenis.De eerste -en tot dusver enige -staiie welke aan skeletvondsten op de Nederlandse Antillen is gewijd, is een artikel over 'ScAöieZ non Cwrapao «»<2 /4r«èa', dat door G. A. KOEZE, cand.med., in 1904 werd gepubliceerd.Hierin vindt men een korte beschrijving van vijf, door Pastoor A. J. VAN KOOLWIJK verzamelde schedels -één van Curacao en vier van Aruba -welke, volgens de bewerker, wetenschappelijk van slechts zeer geringe waarde zijn.Bij een na-onderzoek, van de best-bewaarde twee Op 20 november 1880 kwam VAN KOOLWIJ K voor het eerst op Aruba."Al zeer spoedig zag ik in, dat Aruba, meer dan Curacao en Bonaire uit een oudheidkundig opzicht verdiende onderzocht te worden" schrijft hij in zijn mededeling over 'De Zwdtanen Ctfraïècn van Ac/ «7an</ ^4r«6a' (1882, p. 222)."Bij gelegenheid van de invoering van de cochenilleteelt... zijn verschillende urnen, schedels en menschenbeenderen bevattende, in de indiaansche kampen te Santa Cruz en Savonet opgegraven" (1882, p. 224).Dit kamp van Santa Cruz lag "ten zuid-oosten van den Hooiberg.. .en ten noorden en zuid-westen van de tegenwoordige R.K. kerk van Santa Cruz" (1882, p. 223).De omstandigheden waarbij een van deze schedels werd gevonden, worden ons medegedeeld in een reeds in 1891 door dr.C. LEEMANS samengesteld manuscript, dat eerst, na zijn dood, in 1904 werd gepubliceerd."In Februar 1883 bemerkte ein Arbeiter der mit dem Pflanzen von Aloen beschaftigt war, als er kaum seine "Sjappi", eine Art Axt, in den Boden geschlagen hatte, dass er auf etwas Hartes stiess, was er mit dem zweiten Schlage zerbrach.Sobald Herr H. J. DE VRIES, R.K. Priester in Oranjestad, dies vernahm begab er sich mit seinem Amtsbruder, Herrn J. VAN KOOLWIJ K zur Stelle, und wurde in deren Gegenwart constatirt dass der Arbeiter ein grosses Gefass zerbrochen hatte, das umgekehrt auf einem ebenso grossen und gleichförmigen zweiten Gefasse stand, und ein menschliches Skelett überdeckte, das in dem unteren Gafasse in hockender Stellung, mit dem Angesicht gen Norden gewendet, begraben war.Mit grosser Vorsicht wurden beide Gefasse und deren Inhalt ausgegraben, das unterste unverletzt, das oberste in eine Menge Stücke zerbrochen, alles zusammen, mit den theils vermoderten Knochen des Gerippes, in der Wonung des Herrn DE VRIES untergebracht, in Verwahrung genommen, nachher sorgfaltig eingepackt und durch Vermittelung des Herrn VAN KOOL-
Author: P. Hummelinck Wagenaar
Language: English
Subfield: Archeology
Field: Arts and Humanities
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W1968077980
