Year: 1921
Type: article
Abstract: In het jaar 1922 zal te Rio de Janeiro, zoo heeft de Braziliaansche Regeering aan de Nederlandsche doen weten, plaats hebben het 20ste Amerikanisten-Congres.De Nederlandsche Regeering heeft den Gezant te Rio de Janeiro, den heer L. J. C. VON ZEPPELIN OBERMULLER, aangewezen om op het congres Nederland en de koloniën Suriname en Curacao te vertegenwoordigen.Zoowel het Ministerie van Koloniën, als de beide Koloniën in Amerika zijn tot het lidmaatschap van het congres toegetreden.Stellig mag worden verwacht, dat aan onzen Gezant zal worden opgedragen om op het congres te Rio de Janeiro de namens de Nederlandsche Regeering in 1912 op het 18e congres te Londen gedane voorloopige uitnoodiging te herhalen, om het eerstvolgende congres, dat volgens de statuten in 1924 in Europa zal samenkomen, te 's-Gravenhage te doen plaats vinden.Aan de Gouverneurs van Suriname en Curacao is gevraagd te bevorderen, dat van ambtelijke en particuliere zijde uit de Kolonie bijdragen van wetenschappelijken aard voor het eventueel te 's-Gravenhage te houden congres worden samengesteld, die dan desgewenscht door bemiddeling van den Gouverneur aan het Departement van Koloniën of rechtstreeks aan het Secretariaat van het congres zouden kunnen worden gezonden.*) Hoe die Amerikanisten-congressen zijn ontstaan, en in hoever van de zijde van Nederland aan de bijeenkomsten is deelgenomen, zal kunnen blijken uit het navolgende overzicht.*) Het Congres te Rio de Janeiro zou eerst in Juni 1920 hebben plaats gehad, doch werd tot 1922 uitgesteld.Zes en veertig jaar geleden kwam een aantal personen, wier studie in de richting lag van de Nieuwe Wereld, in Frankrijk te Nancy bijeen, onder voorzitterschap van Baron de Dumast.Zij vormden het eerste Internationale congres van Amerikanisten, van lieden, die aan de studie van Amerika op verschillend gebied verknocht, volgens de statuten bepaaldelijk beoogden: de volken-, taaien geschied-kundige studie met betrekking tot de beide Amerika's, in het bijzonder van den vóór-Columbischen tijd.Een ieder die zich voor het lidmaatschap aanmeldde en de bijdrage, 12 francs, stortte, zou deel uitmaken van het congres en recht hebben op een exemplaar van een "Compte rendu" van het verhandelde.Voor Nederland nam slechts één persoon deel, nl.dr.Leemans, conservator aan 's Rijks Museum van Oudheden te Leiden.Van de 2e in 1877 te Luxemburg gehouden bijeenkomst was Prins Hendrik der Nederlanden eere-voorzitter, onder de leden bevond zich weder slechts één Nederlander, nl.dr.Leemans, toen directeur van 's Rijks Museum van Oudheden te Leiden als afgevaardigde (maar o.a.17 leden uit Guadeloupe en 10 uit Fransch-Guyana); de Heer L. werd uitgenoodigd van een zitting het voorzitterschap te bekleeden.Het 3e congres (Brussel 1879) meldt de namen van 22 Nederlandsche leden (bovendien waren lid: Koning Leopold van België, Koning Humbert I van Italië en Keizer Dom Pedro II van Brazilië).Op het vierde (Madrid 1881) was Dr. J. F. G. Boot,, Secretario de la Real Academia de Ciencas" te Amsterdam, zoo staat in het Compte-rendu vermeld, afgevaardigde; het aantal Nederlandsche leden was tot 9 gedaald.Op het 5e te Kopenhagen bijeengekomen congres, was dat getal slechts 2.
Author: Jhr. L.C. van Panhuys
Language: Dutch
Subfield: History
Field: Arts and Humanities
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W1990771693
