Work

Uit de geschiedenis der opening van het Surinaamsche binnenland

Year: 1946
Type: article
Abstract: Op Maandag 24 Maart waren wij eindelijk Aoo verre gevorderd dat wij Gansee konden verlaten.Na de stroomversnelling en vallen van üCafo^a benevens eenige dorpen te zijn gepasseerd, werd de nacht doorgebracht op een eilandje Zanga Sawto' genaamd, alwaar men onder de levende wezens vooral schorpioenen en slangen aantrof.Tegen alle onze protesten of aanmerkingen in werden wij op den afgelegden weg genoodzaakt bij ieder dorp halt te houden en te wachten tot er door den kapitein kennis was gegeven van onze komst.Dikwijls in eene groote slaapjapon of ouden schuttersrok ») i) Afgedragen uniformen als costuum der hoofden waren ook in Afrika in trek; F. Love// Camerow, Across Africa, 1876, p. 122.De kapiteins der Surinaamsche boschnegers dragen bij officieele bezoeken aan de stad het traditioneele gala, bestaande uit gekleede jas, koetsiershoed met cocarde, halsplaat met wapen en tamboer-majoorsstok; de granmans kleeden zich bij zulke gelegenheden gaarne in officiers-uniformen, met sabel.In Berbice ontvingen de kapiteins der Indianen van het Ned.gouvernement een hoed en een rotting met zilveren knop; Mr. /a« /acoft Har/stwcfc, Beschrijving van Guiana of de Wilde kust in Zuid America Amsterdam 1770.Aan de kust van Guiné werd bij de inlandsche rechtspraak een stok met Berl.zilveren knop gebruikt, van gouvernements wege verstrekt; C. /4.ƒ«*«/ in Onze Tijd IV, deel I, 1869.In 1749 werden aan de hoofden der Aucaners stokken met zilveren knoppen beloofd, als vrijgeleide voor bezoeken bij het bestuur en in de instructie voor den commandant der expeditie van 1759 naar het land der Aucaners was wederom sprake van dergelijke stokken; HaW-stncA, als voren.De stok heet bij de Boschnegers nog altijd fripau, wij zouden zeggen vrij heidsstaf, het symbool, in handen gesteld van het opperhoofd, van de verlossing uit den staat van onderworpenheid aan de blanken, voor den geheelen stam geldend.Tevens is de fripau het allerkoddigst uitgedoscht kwam dat personaadje dan aan den waterkant, waarna hem door onze gidsen breedvoerig verslag werd gedaan van het doel onzer reis, dat bij eiken zin afgebroken en beantwoord werd met "aai tio" of wel met het "so leeti" of "na so a dee" en "mooi", daarna werd gewoonlijk nog het een en ander in hunne onverstaanbare taal, welke gedeeltelijk uit portugeesch, afrikaansch en neger-Engelsch bestaat verhandeld, waarna men ons eene goede reis wenschte en de opname verder kon worden vervolgd.Den volgenden dag passeerden wij de MarozOT/ne &ree& die 10 dagen ver met korjalen bevaarbaar is, benevens de vallen van Mi' gMgofoW, alwaar het overhalen der vaartuigen veel inspanning vereischte, en gingen op den middag, schuins over de monding van de Z?iett£o£raAosso &rtfe&, even aan wal om iets te nuttigen.Mogten wij al zeer zijn teleurgesteld toen het eten werd opgedragen, doordien alles door de groote vochtigheid en de hitte bedorven was: nog eene andere en veel grootere teleurstelling stond ons te wachten.Terwijl wij zoo spraken over de doodsche stilte, die, vooral gedurende de namiddaguren, in deze bosschen heerscht, werden wij plotseling uit de bespiegelingen gewekt door de verschijning van een langen, mageren boschneger met een rooden zakdoek om het hoofd, die, in een staat van razernij, de hevigste schimpwoorden en verwijtingen aan onze gidsen toevoegde, omdat zij blanken naar boven bragten; hen gelastende onmiddellijk in zijn corjaal te stappen en de blanken te verlaten, die hier niets te maken hadden.Op de aanmerking dat die menschen door ons waren gehuurd en hij geen regt had hen weg te voeren, bedreigde hij ons met zijne wapenen, er bijvoegende noch om den Gouverneur, noch om één der blanken iets te geven.De neger was niet tot rede te brengen; hij zeide dat wij kwamen om hen te bespieden en dat daarna soldaten zouden worden afgezonden om met hen te vechten.Onze gidsen, die als van schuld bewust, slechts flaauw op zijne razende uitvallen antwoordden, waren niet te bewegen de reis met ons voort te zetten.Zij boden uiterlijke kenteeken geworden niet alleen van het gezag der hoofden over de leden van den stam, maar, voor wat betreft den granman, ook het bewijs, dat deze terecht zijn waardigheid bekleedt De Boschnegers hebben n.1.hun eigen opvattingen aangaande de erfopvolging in de waardigheid van groot opperhoofd en wie in het onbetwiste bezit van den stok gekomen is, heeft, naar de begrippen van den stam, op rechtmatige wijze zijn positie en daarmede zijn gezag verkregen; mededeelingen van den Heer L. Junker.
Language: Dutch
Subfield: History
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W1992041229
FWCI:
Cites:
Cited by: 1
Related to: 10