Year: 1945
Type: article
Abstract: Bij mijn aankomst in Suriname in Februari 1892 werd mijn bagage van de loods aan den steiger van den Koninklijken Westindischen maildienst te Paramaribo, waar ik voor mijn in den winter in patria aangeschafte uiteraard niet gedragen tropische uitrusting (kleederen) een niet onaanzienlijk bedrag aan inkomende rechten moest betalen, naar het pension gebracht van mevrouw de weduwe van Vught, waar ik mij zou vestigen, op een soort van met een ezel bespannen ladderwagentje vervoerd door een heel zuiver Nederlandsch sprekenden neger, die mij vertelde, dat hij "Jamessie" heette, verder dat hij af en toe dienst deed als roeier van de loodsboot, die zich, tegen dat mailschepen verwacht werden, begaf naar het in zee ter hoogte van de monding van de Suriname-rivier geposteerde vuur-of lichtschip.Het kwam tot een uitnoodiging van hem, toen ik hem later op straat te Paramaribo tegenkwam, om het tochtje naar het lichtschip mede te maken, en te eerder gaf ik daaraan gaarne gevolg, omdat de herinnering aan de heerlijke frissche zeereis en het warme stadverblijf te Paramaribo mij zeer naar een uitstapje naar zee deed deed verlangen.James zou aan boord voor mij koken en de visch, die wij hoopten, eigenlijk wel zeker wisten, daar te zullen vangen, voor mij toebereiden; het verblijf aldaar zou, de vermoedelijke komst van het mailschip in aanmerking genomen, twee of drie dagen duren.De uitreis zou plaats hebben met het groote zeilschip Za//« 7?ooA/i, aldus genaamd naar den laatst overgeblevenen inboorling van de sedert uitgestorven oorspronkelijke bevolking van het eiland Van Diemensland of Tasmania -kapitein Millichap -dat juist een transport van verscheidene honderden Britschindische immigranten van Britsch-Indië naar Suriname had overgebracht, en weer via de zuidpunt van Afrika de terugreis naar het verre Azië zou aanvaarden.
Author: Jhr. L. C. van Panhuys
Language: Dutch
Subfield: History
Field: Arts and Humanities
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2001794524
