Year: 1943
Type: article
Abstract: Het is bijna een halve eeuw geleden, dat de dissertatie van H. J. E. Tendeloo, Maleische verba en nomina verbalia en de zich daarbij aansluitende geschriften van dezen auteur veel beroering brachten in het wereldje der beoefenaars van het Maleis.Thans valt er nuttiger en dringender werk te doen dan in retrospectieve beschouwingen of hernieuwde kritiek over deze publicaties te vervallen.Tenzij het opvattingen en uitlatingen betreft, die een taai leven hebben en doordat ze in veelgebruikte leerboeken zijn te lezen nog steeds half of geheel onbewust worden herhaald.Door Tendeloo's werk loopt als een rode draad de gedachte, dat het Maleis inzake zijn "verba en nomina verbalia" volkomen vergelijkbaar is met Indogermaanse en Semietische talen en dat aan Griekse en Oudindische actieve, mediale, passieve vormen, aoristen etc. bepaalde Maleise vormkategorieën beantwoorden.Waarbij ten grondslag lag de opvatting, dat het Maleis met genoemde en andere talen en taalfamilies eenzelfde ontwikkelingsgang doormaakt, waarin de ene taal thans in een eerder, de ander in een verder stadium verkeert*).De denkbeelden van Tendeloo, die een nieuwe richting in de beoefening van het Maleis inluidde, zoals het heette, berustten (wat ik misschien bij een andere gelegenheid nog eens uitvoeriger zal kunnen aantonen), in wezen op opvattingen, waarmee juist een jaar voor het verschijnen van zijn dissertatie door Jespersen radikaal gebroken werd^), doch die enige decenniën lang verbreid waren geweest en in de door Tendeloo geciteerde werken van Whitney en eveneens in de daarmee in populariteit wedijverende Lectures van Max Muller ' 1)i H. J. E. Tendeloo.Maleische verba en nomina verbalia, Diss.Leiden, 1895, zie in het bijzonder bl.
Author: J. Gonda
Language: Dutch
Subfield: Language and Linguistics
Field: Arts and Humanities
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2011324787
