Work

De Surinaamsche grondbrieven ten tijde van gouverneur van Aerssen van Sommelsdijck.

Year: 1921
Type: article
Abstract: Evenals in de Zeeuwsche bestuursperiode bleef ook in het tijdperk van de Sociëteit van Suriname de gouverneur der kolonie de autoriteit, die de bevoegdheid had tot het uitgeven van gronden.De instructie, in 1683 voor gouverneur Van Aerssen van Sommelsdijck vastgesteld, gaf daarover in de artikelen 17-18 de volgende voorschriften: de gouverneur mocht niet meer grond uitgeven, dan de opnemer ervan in cultuur zou kunnen brengen; de breedte van den uit te geven grond zou langs de rivier niet grooter mogen zijn dan noodig was voor het transport der producten, zoodat langs de oevers plaats overbleef voor andere plantages; indien planters de bepalingen der Staten van Zeeland op dit punt reeds overtreden hadden, zouden maatregelen tegen hen moeten worden genomen *).Ingevolge deze voorschriften stelde Gouverneur Van Aerssen bij placaat van 7 Juli 1684 vast, dat de landmeters in de kolonie geen grooter plantages zouden mogen uitmeten dan 1000 akkers of 10.000 vierkante kettingen en dat op iedere ketting langs de rivier de grond zich 100 kettingen landwaarts in zou uitstrekken.Het volgende jaar werd de breedte der gronden langs de rivier aanmerkelijk verminderd, doordat de Gouverneur bij placaat van 24 *) Notulen Directeuren Sociëteit 9 Juli 1683.De instructie is gedrukt als bijlage tot de Consideratien van Bewindhebbers W. I. C. over de directie der Colonie Suriname en het gouvernement van den Heer van Sommelsdijck.
Author: R. Bijlsma
Language: Dutch
Subfield: Anthropology
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2018572795
FWCI:
Cites:
Cited by:
Related to: 10