Year: 1926
Type: article
Abstract: In de geheel afzonderlijke kolonie St. Eustatius, Saba en St. Martin (Nederlandsch gedeelte) van 1816-1828 was het laatstgenoemde eiland, met Saba daaronder begrepen, een zelfstandig onderdeel, zooals Bordewijk aan de hand van het jReg/£rae»£ o/> fo£ fofewi ier jfcgm'wg, fo£ /ttstói'ew&zm, *few jffawitfZ e» Scfo0/>yaar£ op die drie eilanden, bij K.B. van 14 September 1815 vastgesteld, aantoont i).Onder meer werd de Commandeur van St. Martin, die onder de orders van den Gouverneur van St. Eustatius zou staan, door den Koning benoemd.Aan de groote belangrijkheid van dit bezit kan dit niet toegeschreven worden, en ook misplaatste grootheidswaan zal wel niet deze regeling bepaald hebben.Immers Falck, die het weten kon, en van 1818-1824 zelf Minister van Onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniën was, schreef in 1822: "Van weinig meer belang dan de kust van Guinea waren de eilanden St. Eustatius en St. Martin.Bij gebrek aan voordeeliger gebruik deed ik ze strekken tot een oefenschool voor Koloniale Gezaghebbers.Cantz'laar heb ik achtervolgens van daar naar Curacao en A. de Veer naar Suriname doen overgaan."^) Het treft wel, dat deze betrekkingen destijds zoo in aanzien stonden, dat men voor Gouverneur der drie bovenwindsche eilanden een man als De Veer, generaalmajoor in rang, gewezen Commandeur-Generaal ter kuste
Author: B. de Gaay Fortman
Language: Dutch
Subfield: Cultural Studies
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2042448181
