Year: 1925
Type: article
Abstract: De belangstelling voor de Curacaosche begrooting vermindert.Dien indruk krijgt men misschien niet aanstonds bij het naslaan der üTamfe/ütge».In de Tweede Kamer is nu wellicht meer over dit onderwerp gesproken dan verleden jaar, vooral als men het onderwerp der gebeurtenissen van 17 Juli 1922 uitschakelt.En in de Eerste Kamer, waar toen bij de openbare beraadslaging geen woord over Curacao gezegd werd, hield thans Curasao's warme vriend, de heer Van Kol, eene rede, waarin wel is waar al te zeer groote lijnen ontbraken, doch die toch de lust ons bekruipen doet, dien afgevaardigde ook eens aan ^ MW£ te zien.Maar die redevoeringen werden gehouden, als men de persverslagen gelooven mag, voor wat men in een kerk noemen zou "stoelen en banken."En ook zag de Minister van Koloniën kans in minder dan twee kolommen druks het eenige Eerste-Kamer-lid, dat het woord gevoerd had te beantwoorden, en met ongeveer evenveel woorden werden de vier sprekers aan de overzijde van het Binnenhof, de hh.Yzerman, Feber, Deckers en Mej.Van Dorp tevreden gesteld.En van de Regeering moet het ten slotte toch komen.-Wat aanstonds opvalt is het verschil in inzicht in den algemeenen toestand der kolonie hier en ginds.Was in de afdeelingen van den Kolonialen Raad door "de meeste leden" als hun oordeel uitgesproken, dat de tegenwoordige huishouding nimmer zou leiden tot eene sluitende begrooting, de Minister heeft tegenover de klachten van den heer Van Kol er op gewezen, dat de vooruit-
Author: B. de Gaay Fortman
Language: Dutch
Subfield: Cultural Studies
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2044764940
