Year: 1941
Type: article
Abstract: B. DE GAAY FORTMANEerst 15 Februari 1764, dus tien maanden na de vorige, was er weer kerkeraadsvergadering in Berbice.Schirmeister was overleden; Abbensets en Buse waren alleen.De opstand was zoo goed als gedempt.Kolonel De Salve, die 1 Januari met 6 transportschepen en 600 man troepen uit Holland was aangekomen, had het Luthersche predikantshuis als woning gekozen, terwijl de kerk tot hospitaal was ingericht.Er waren in het geheel een 800 soldaten in de kolonie, voor het grootste deel Lutherschen, en al zou de landmilitie op den duur vertrekken, er was toch alle reden om aan de toekomst der gemeente niet te twijfelen.Dit werd naar Amsterdam bericht met verzoek een "bequaam en moderaat" leeraar voor de gemeente in Bsrbice te beroepen.Tot dit laatste was het consistorie niet bereid, omdat ds.Muller verklaard had genegen te zijn weer als predikant naar Barbice terug te keeren.Maar anderzijds was msn ook niet ingegaan op het verzoek van den predikant om zijn belangen voor te staan bij directeuren der kolonie, die verklaard hadden het verzoek van ds.Muller om vergunning tot vertrek naar Berbice te zullen overwegen, indien twee afgevaardigden van het consistorie hun dat verzoek kwamen doen.Naar Barbice schreef de directie echter 9 Juli 1764, dat zij "loueerende de attentie van dezen kerkenraad" gaarne een nieuw beroep zouden goedkeuren.Ds. Muller beijverde zich den indruk te vestigen, dat hij niet vrijwillig de kolonie verlaten had, maar op last van den gouverneur had moeten vertrekken.Hierdoor heeft het jaren en jaren geduurd, vóór Berbice weer een predikant had.De gemeente daar stelde zich op het standpunt, dat zij vacant was, terwijl het con-sistorie na lange aarzeling er meer en meer toe neigde den band tusschen ds.Muller en de gemeente niet voor doorgesneden te houden.Nu waren de stukken, die de predikant overlegde, ook wel geschikt om niet-ingewijden aannemelijk te maken, dat hij gedwongen was geweest de kolonie te verlaten.Maar alle desbetreffende verklaringen waren afkomstig van personen, van wie de gouverneur zich in arren moede had ontdaan na hun volstrekte weigering om tot verdediging der kolonie mee te werken.Zoo hadden op 20 September 1764 voor notaris Willem Decker te Amsterdam het kerkeraadslid Eckardt en de gemeenteleden Christiaan Friderich Kohier, deurwaarder, en Jan Adam Schneyder, plantagedirecteur, verklaard "voor de oprechte waarheit", dat ds.Muller zijn leeraarsambt in Berbice "getrouwelijk heeft waargenomen en met alle vlijt en vigilantie heeft behertigd, ten genoege van het grootste gedeelte van de gemeente" en gelijk het een leeraar betaamt had geleefd en de liefde en achting van de gemeente tot zich getrokken had.Verder: "dat den requirant niet uit eigen beweeging of motive, direct noch indirect, uit de gemelde Colonie is gegaan, maar in teegendeel, dat den Requirant ter oorzaake van de alomme bekende rupture in gedachte colonie is heen gegaan op expresse ordre door den Heere Gouverneur en Raaden van gemelde Colonie aan Capitijn Rameloo, die met zijn schip daar lag, gegeeven, aan wiens scheepsboord den requirant zich met de 3de getuige en andere bevond, gelijk ook zij, getuigen, en veele andere, zo van hunne Gemeente als anderen, met een allgemeen paspoort alle zijn heengegaan of hebben moeten heengaan om te obedieeren aan de ordre van welgemelde Heer Gouverneur en Raaden, zijnde hun, getuigen, gemeente gints en herwaarts verspreid, eenige hier en andere naar Curacao, Isequebo en andere plaatsen, zodat er maar zeer wijnige personen van hunne gemeente in gemelde Colonie zijn gebleeven; hebbende zij getuigen niet zonder groote aandoening gehoort, dat er nogthans werd voorgegeeven, dat den requirant uit eigen motive uit gemelde colonie was weggegaan of weggeloopen, 't welk is een verregaand lasterlijk voorgeeven, ten eenenaal verzonnen en strijdig met de waarheid".Deze verklaring is denzelfden dag voor "burgemeesteren en regeerders der stadt Amsterdam" beeëdigd.
Author: B. de Gaay Fortman
Language: Dutch
Subfield: History
Field: Arts and Humanities
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2050296386
