Year: 1916
Type: article
Abstract: Deze zijn in hun eenvoudigsten vorm: akoeoi, ik; ikow of iko, gij; sia, hij, zij; kita, wij (inclusief); moïkow of moïko, gijlieden; mosia, zijlieden;kami, wij (exclusief); kam o e, gijlieden; taja of tara, zijlieden.Beleefdheidshalve wordt voor «akoeoi> en «kami» weieens «kita» gebruikt.De aangesprokene begrijpt dan heel goed, dat hij er in werkelijkheid toch buiten staat.Voor den 2'" persoon enkelv.hoort men zoowel ikow als iko; het eerste in de meeste dorpen van het district Pasi en het tweede vooral in het district Lolajan.Ook bij andere woorden eindigend op -ow valt ditzelfde verschil waar te nemen, bijv.makow en mako.jKita wordt gebruikt als de aangesproken persoon is ingesloten en kami als deze is uitgesloten.Wanneer bij den 1'" pers.meerv.het aantal personen wordt genoemd, dan krijgt, wanneer er slechts twee zijn, kita, -da en kami -nda, [dit -da, -nda is verkorting van doea, indoea] achtergevoegd, waardoor dus de vormen ontstaan: kitada en k a m i n d a.Wij drieën, wij vieren enz.wordt weergegeven door: kita i n toloe, kami in tojoe; kita in opat, kami in opat; enz.Bestaat de 2' pers.meerv.uit twee, dan wordt eveneens' -nda gebezigd, maar hier valt tevens waar te nemen, dat zoödra het aantal personen wordt vermeld, «moïkow» of «moïko» wordt vervangen door het overigens niet gebruikelijke «ka moe».Dl. 72
Author: W. Dunnebier
Language: Dutch
Subfield: Language and Linguistics
Field: Arts and Humanities
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2050526558
