Year: 1921
Type: article
Abstract: In het jaar 1731 kwamen Directeuren der Sociëteit van Suriname tot de ervaring, dat de bestaande kaarten hunner kolonie niet toereikend waren, om een juist overzicht te geven van den staat van het grondbezit en de ligging der plantages langs de groote rivieren.Bovendien leverde het bezwaren op, dat de kaarten onvoldoende waren tot het nauwkeurig volgen der destijds uit Suriname ontvangen brieven, waarin Gouverneur Carel Aemilius Henry de Cheusses rapporteerde over tochten, ondernomen tegen de weggeloopen slaven, die zich ophielden bij de Saramaccarivier.Bij schrijven van 30 Maart 1731 droegen Directeuren der Sociëteit den Gouverneur op, vooreerst om steeds de grondbrieven of warrands der nieuw uitgegeven gronden ter goedkeuring aan hen over te zenden, en vervolgens om er zorg voor te dragen, dat de kaart der kolonie door de landmeters daar te lande werd geperfectioneerd en de namen van de eigenaren der plantages er op werden aangebracht.In zijn antwoord deelde de Gouverneur mede, de orders betreffende de grondbrieven en de kaart der kolonie te zullen uitvoeren.Over de voorbereidende werkzaamheden tot het karteeren vernamen Directeuren der Sociëteit een en ander door de gouverneursmissive van 18 Mei 1732.Wat de Generale kaart van de rivieren in deze kolonie betreft -zoo meldt De Cheusses -heb ik ter bevordering daarvan aan de landmeters gelast, om op
Author: R. Bijlsma
Language: Dutch
Subfield: Geography, Planning and Development
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2052786422
