Year: 1952
Type: article
Abstract: Bij Publicatie van 10 Juli 1829, GoMvmt^wien/si/arf No. JO, werden door Gouverneur CANTZ'LAAR *) bepalingen afgekondigd ten aanzien van slaven, die geen meester nebben.Artikel 1 van deze, zowel in het Nederlands als in het Neger-Engels gestelde publicatie, schreef voor dat ,,alle zoodanige Slaven en Slavinnen te Suriname, die geenen Meester hebbende, evenwel geene Brieven van Vrijdom verkregen hebben en ten Kantore van de Registratie der Slaven niet bekend staan, onverschillig uit welke oorzaak zulks is ontstaan, hetzij dat zij zich hebben vrijgekocht, door hunnen Meester aan zich zelve overgelaten zijn of anderszins", vóór 31 December 1829 moesten worden geregistreerd.Indien deze registratie werd verzuimd, vervielen de slaven, die geen Meester hadden, aan den Lande.De slaven, die geen Meester hadden, waren bekend onder de naam piekie-njan, hetgeen betekent: voedsel opscharrelende.Over de rechtstoestand van zulke slaven is niet veel bekend.Op 23 Juli 1845 wees het Hof van Justitie in Suriname een vonnis, waarin over de staat van slaven, die geen meester hadden, een beslissing werd genomen.Van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld op de Hooge Raad der Nederlanden en op 7 Mei 1847 werd in deze zaak, die door de redactie van het Weekblad van het Recht een zonderling, maar hoogst belangrijk rechtsgeding werd genoemd, arrest gewezen.Hieronder volgen de feiten.
Author: Ph. A. Samson
Language: Dutch
Subfield: Anthropology
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2085555279
