Year: 1946
Type: article
Abstract: Een aan een museum voor natuurlijke historie in Engeland verbonden dierkundige, I. T. Sanderson, voelde in 1936 den "roep van de wildernis" en van de dieren, die daarin leven.Hij ging tegen het eind van het jaar met zijn vrouw naar Trinidad, om er zijn vacantie door te brengen en tevens te verzamelen en te fotografeeren.In Februari was de verzamel-koffer na een verblijf in de Trinidadsche bosch-wildernis gevuld en kwam er van het museum een bericht, dat dieren uit Haïti werden verlangd, tegelijk met een aanbod om in de verzamelingskosten bij te dragen.De heer en mevrouw Sanderson vertrokken nu via Curacao naar Haïti, waar zij einde Mei 1937 aankwamen.Einde 1937 verlieten zij Haïti voor Suriname.Hun keus was op dit laatste land gevallen, omdat in het Britsche Museum dieren uit dit gebied ontbraken, omdat het gebiedsdeel geheel met woud bedekt en op veel plaatsen nog niet onderzocht is (in de Surinaamsche wildernis noopten zij overeenkomsten met Afrikaansche woeste wouden te vinden) en in de derde plaats omdat zij de Hollanders gaarne mochten lijden.Zij kwamen te Paramaribo in het begin van Januari 1938 aan, verbleven daar twee maanden en trokken toen de Surinaamsche wildernis in, om met Kerstmis weer naar Engeland terug te keeren.Hun vacantietochtje was toen eigenlijk tot een onderzoekingstocht uitgegroeid.Niet zoozeer het verzamelen en prepareeren van dieren was hun doel geworden, als wel de studie van het levende dier in de omgeving waarin het leeft.Behalve in vak-tijdschriften erover schrijven wilde de heer Sanderson ook in een boek het een en ander van zijn bevindingen aan het publiek vertellen.Hij is van oordeel, dat zijn uitstapjes meer teleurstellingen (failures) hebben opgeleverd, dan successen, maar het gaat altijd zoo: men keert naar huis terug met een
Author: JHR.L.C. van Panhuys
Language: Dutch
Subfield: History and Philosophy of Science
Field: Arts and Humanities
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2086519579
