Year: 1943
Type: article
Abstract: Directeuren en Regeerders van Suriname, zoo zegt Wolbers in zijn uitvoerige geschiedenis van de kolonie blz.445, hadden bij het vernemen van den slavenopstand op St. Domingo besloten twee oorlogschepen naar Suriname te zenden, ten einde aan de volkplanters bij een dergelijke gebeurtenis de noodige bescherming te verleenen.Volgens de extraordinaire notulen van Gouverneur en Raden, rakende de binnen-en buitenlandsche defensie van Suriname, van 10 April 1792 besloot het Hof echter om aan Directeuren en Regeerders in 't moederland te berichten, dat men dergelijke hulp niet noodig had.Klaarblijkelijk omdat men zich in Suriname geheel veilig achtte, want juist op dat oogenblik waren de Bonni-negers, onder het gevreesde opperhoofd van dien naam met behulp van de bevredigde Aucaner-Boschnegers of Djocka's geheel overweldigd.Toen dan ook eenige dagen later de luitenant ter zee Ver Huell voor de stad Paramaribo aankwam met 's Lands oorlogsbrik de Pt)7 om de aangeboden hulp te verleenen, bedankte men hem beleefdelijk, waarop hij koers zette naar Berbice.De beknopte geschiedenis van Suriname van mejuffrouw Vlier en het overzicht van die geschiedenis van Thomson maken, evenmin als de geschiedenis van Essequebo, Demerary en Berbice van generaal Netscher, gewag van de bezoeken aan de vier koloniën, door Ver Huell bij wijze van voorzorg gebracht.De beschrijving van (of namens) Ver Huell van die bezoeken werpt echter een eigenaardig licht op toestanden, verhoudingen en denkbeelden van den tijd en het bijzondere is, dat die beschrijving eerst het licht heeft gezien vijf en vijftig jaar, nadat de bezoeken plaats vonden.Want eerst in 1847 liet de kapitein ter zee, Q. M. Ver Huell te Amsterdam (bij G. J. A. Beyerinck) een boek verschijnen, getiteld: //e/ kaen en &ara&er wa« Care/ ffaufriA Graa/ Fa» //we// (deze was zijn oom), ui/ «age/a/e« aanmaningen en aM/Acnfr' c&e siMé^en, 2 deelen, met portret en platen.Vermoedelijk is noch in Suriname, noch in Britsch Guyana dit boek bekend geworden.Het relaas van de bezoeken aan Nederlandsch Guyana in 1792 ligt in de bladzijden 55-80 van het boek verborgen.Reeds uit de inleiding kan men zich een denkbeeld van de persoon van Ver Huell vormen.Daarin staat, dat hij, toen hij schout bij nacht werd, vier en twintig jaar bij de zeemacht had gediend en alle rangen had doorloopen, voorts dat hij in 1803 aan het hoofd stond van de Nederlandsche zeemacht en in 1805 minister van Marine was.Uit den aanvang van het boek blijkt, dat hij reeds op zeventienjarigen leeftijd werd bevorderd tot luitenant ter zee titulair en in dien rang den slag bij Doggersbank medemaakte, voor welk wapenfeit koning Willem I hem, als een van de weinigen, die nog waren overgebleven, op hoogen leeftijd het ridderkruis van de Militaire Willemsorde door den kapitein ter zee Van Karnebeek heeft doen overhandigen.Het is niet de plaats om over den veelbewogen levensloop van Ver Huell meer te schrijven, maar wel om, zooals gezegd, het een en ander te vermelden over zijn bezoeken, in 1792 aan Suriname en het latere Britsch Guyana gebracht.Nadat hij zich als eerste officier op een nabij Den Helder als wacht-en artillerieschip dienstdoend fregat, de Maria £owtsa, van 54 stukken, onder kapitein Cambier door vurigen ijver en bekwaamheid had onderscheiden, werd hem in den zomer van 1791 het (zelfstandig) bevel opgedragen van het fregat de Lynx, doch bij een hevigen nachtelijken brand in het groote magazijn op de werf te Amsterdam werden de zeilen en wat verder tot de uitrusting van de Lyn* behoorde een prooi der vlammen, zoodat dit schip vooreerst niet in dienst kon gesteld worden.Eenige maanden later verkreeg Ver Huell het bevel over de brik de Pt)7, van 16 stukken, bemand met 80 koppen, en hij ontving van den Prins den last zich met die brik naar West Indië te begeven en er onze bezittingen aan de kust van Guyana aan te doen.De dringendste bevelen noodzaakten hem in de maand December van Texel uit te zeilen, maar de brik werd door tegenwind en storm tweemalen er toe verplicht weder binnen te loopen; later om te Torbay stormschade te laten herstellen en voorts nog om te Plymouth een schuilplaats te zoeken.Eerst 16 Februari geraakte de Pi;'/ uit het Kanaal, den 1 lden Maart kreeg men de Canarische eilanden in 't zicht, en het bleek noodig zich daarna nog op een van de kaap-Verdische eilanden van drinkwater te voorzien.
Author: Jhr. L.C van Panhuys
Language: Dutch
Subfield: Anthropology
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2091542205
