Year: 1919
Type: article
Abstract: Toen mij door de redactie van Zte PFes/-/w^zsc^g Gz' ^s het verzoek werd gedaan om een artikel saam te stellen voor dit nieuwe orgaan, heb ik daaraan met veel genoegen voldaan, omdat het doel door haar nagestreefd, belangstelling op te wekken voor onze koloniën in West-Indië, mij zoo bijzonder sympathiek is.Zeker, er is een tijd geweest, dat de beteekenis van deze verre overschat werd.Wanneer we zien, hoe men in het midden der zeventiende eeuw van Guyana spreekt als van een land, met meer toekomst dan de streek, waar Nieuw-Amsterdam, nu New-York, gelegen was, wanneer wij Suriname hooren prijzen als: "sulcken landt, dat alle landen gaat te boven "een schets van Kanaan, van Edens schoone hoven".dan halen we de schouders op.Maar, tot welke teleurstellingen ook in de laatste jaren bijna alle proefnemingen in de West hebben geleid, toch staat het boven allen twijfel, dat hier voor de energie van ons volk een rijk terrein braak ligt, waar evengoed als in Oost-Indië "iets groots" verricht kan worden.Gemakkelijk zal de taak zeker niet zijn om hier een krachtig economisch leven te doen ontstaan ; ons groot-kapitaal moet meer aandacht aan deze streken schenken ; de sluimerende energie in de kolonie moet worden wakker gemaakt ; meer kennis van land en volk moet worden verspreid.Voor dit alles kan een tijdschrift als Z)e W£s^-/«^jscAe Gzds uiterst nuttig werken, juist in tijden als deze, nu de verlegging van de banen van het wereld verkeer aan deze landen, die zoo treffend herinneren aan de daden van ons energiek voorgeslacht, nieuwe beteekenis zal geven.De keuze van mijn onderwerp behoef ik niet te verdedigen.Dat zoowel voor het moederland als voor de koloniën een directe en goed georganiseerde stoom vaartlijn van het allergrootste belang is, dat langs dezen weg alleen de producten der kolonie op de Nederlandsche markt zullen komen, dat bij verscheping over buitenlandsche havens de Nederlandsche handel en de Nederlandsche industrie tegenover de buitenlandsche al zeer achtergesteld zijn, behoeft wel geen betoog.Het verheugde mij daarom, dat de directie van den "Koninklijken West-Indischen Maildienst", die onder zeer groote bezwaren de verbinding tot stand heeft gebracht en tot een bloeiend bedrijf heeft opgewerkt, mij toestond van de resultaten, die ik verzamelde voor een geschiedenis der Amsterdamsche Stoomvaart, het een en ander hier mede te deelen.Te meer verheugde mij dit, omdat het bijeenbrengen der gegevens mij voor zooveel moeilijkheden plaatste, waardoor in mijne kennis van het verloop der gebeurtenissen verschillende lacunes bleven bestaan.Ik hoopte, dat deze voorafgaande publicatie de aandacht op het onderwerp zou doen vallen en dat medewerking van verschillende zijden mij in staat zou stellen dit belangrijk onderdeel onzer economische geschiedenis nog beter te belichten.Nog vóór dit artikel de drukpers bereikte, bleek mij, dat ik niet verkeerd had gerekend ; van Zijne Excellentie den Minister van Koloniën verkreeg ik vergunning de archieven van zijn departement te raadplegen, waardoor ik mijn relaas op zeer belangrijke punten kon aanvullen.Voor deze vergunning, die zeker van breede opvattingen getuigt, breng ik hierbij mijn eerbiedigen dank ; groote verplichtingen heb ik ook aan mr.L. M Rollin Couquerque, administrateur der West-Indische afdeeling en aan Jhr.L. C. van Panhuys, die mij het onderzoek op de meest hulpvaardige wijze gemakkelijk hebben gemaakt.Toen de heer Elout van Soeterwoude in 1884 zijn geestig boekje over onze West in het licht zond, waartegen we evenwel het bezwaar moeten maken, dat hij aan zijn tintelend vernuft al te zeer den vrijen teugel heeft gelaten, terwijl er van waardeering van het land, dat hij bezocht, zoo bitter weinig sprake is, bespreekt hij met bijzonderen humor de reisgelegenheden naar West-Indië.Daarbij geeselt hij met zijn onverbiddelijke ironie niet alleen het laag-bij-de-grondsche reisgezelschap, maar ook de verzorging: "het water slecht, bijna ondrinkbaar, de tafel concurrentie der stoomschepen begon zij echter steeds ongunstiger resultaten op te leveren ; jaarlijks werden er schepen uit de vaart genomen en niet meer door andere vervangen.Het onregelmatig vertrek der zeilschepen dwong vele exporteurs om hun goederen over Hamburg, Engeland of Frankrijk te verzenden, of wel deze bij aankoop in het buitenland onmiddellijk vandaar te verzenden.Dat dergelijke toestanden voor de Nederlandsche nijverheid in de eerste plaats schadelijk werkten, behoeft wel geen betoog.Onder de reeders, die door middel van zeilschepen geregeld betrekkingen met onze koloniën in Amerika onderhielden, nam de firma F. U. H. Reiger & Co., waarvan de heer C. W. R. Scholten Jr. de chef was, een voorname plaats in.Een gelukkig toeval heeft gewild, dat diens archief, juist dezer dagen in het bezit van den K.W.I.M. gekomen, ons in staat stelt na te gaan, hoe bij de oprichters dezer maatschappij het denkbeeld langzamerhand is gerijpt.Het was in het voorjaar van 1879, dat de Cwrafao-Pac^, een klein vaartuig, dat regelmatig op Curacao voer en waarvan de firma Reiger & Co boekhouder was, op Groot Aves bij Curacao strandde en totaal verloren ging.De equipage werd gered, het wrak verkocht voor het luttele bedrag van zes gulden.Het schip had, bij gebrek aan vaste traders, tot dusver steeds, zonder groote winsten af te werpen, zijn vaart loonend kunnen maken ; het lag voor de hand het door een ander scheepje te vervangen.Daarnaast ontstond echter een ander plan ; "de gedachte kwam bij mij op, of het niet zaak zou zijn om een stoomboot van b.v.400 ton aan te koopen, daarmede naar Curacao te varen en dan, daar retourvrachten aldaar zoo moeilijk te verkrijgen zijn, met suiker (van Suriname vermoedelijk) terug te keeren.Een maatschappij oprichten en een bepaalden maildienst organiseeren, schijnt mij niet raadzaam, Liever met één boot beginnen als proef, dit huishoudelijk inrichten en hiervan eenvoudig een reederij maken om dan bij gunstige resultaten uitbreiding hieraan te geven.Gaarne -aldus schreef de heer Scholten 30 Mei 1879 aan een handelsvriend te Curasao -hoor ik uw meening over deze zaak; kan men te Curacao op medewerking rekenen ?"Van dit oogenblik af liet het denkbeeld hem niet meer los.Wel werd op Curasao zeer weinig medewerking ondervonden,
Author: M.G. de Boer
Language: Dutch
Subfield: Anthropology
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2091835929
