Year: 1919
Type: article
Abstract: De ondervinding heeft geleerd, zegt terecht mr.G. J. Fabius in de Encyclopaedic van Nederlandsch West-Indië, dat er behoefte bestaat aan een afzonderlijk zinnebeeld, aan een wapen, voor ieder der koloniën.Treffend komt de juistheid van dit gezegde uit bij een onlangs door de Regeering in het leven geroepen monument: het nieuwe bijgebouw van het Ministerie van Koloniën.Heeft men, door de Grenadierspoort op het Binnenhof komende, zijne schreden gewend naar het oudste gedeelte van het Grafelijk jachtslot, dan wordt het oog aangenaam getroffen door het nieuwe, in oud-Hollandsche renaissance opgetrokken, uit twee rechthoekig op elkander staande gedeelten samengesteld gebouw, dat heel tot aan het voormalige "Goutsmits Keurhuys", de Noord-en een deel Oostzijde van den voormaligen "hof" op waardige wijze afsluit en de gedachte oproept aan een op bloeiende wijze herrezen gedenkteeken uit de tijden van Oost-en West-Indische Compagnie.Treden wij onder het gewelf den ingang binnen -wij laten de gevelsteenen met Boro-Boedoer figuren, met gestalten van zeventiende-eeuwsche zeevaarders in een tropische omgeving buiten beschouwing •-dan ziet men, in het portaal links, in den muur gemetseld, een afbeelding in gekleurden en verglaasden steen van een trotsch zeilend gouden schip, in een door gestyleerde golven van blauw en wit aangegeven zee, waarvan het onderschrift: Justitia Pietas Fides (Gerechtigheid, Liefde, Geloof) ons niet in twijfel laat wat bedoeld is : het in vroeger tijd voor Suriname gebezigde wapen.Dicht bij draagt een andere steen het wapen van Batavia, krans en zwaard, met daaronder in gouden letters het (niet juiste) onderschrift "Ned.O.-Indië".Elders in het gebouw zijn de wapens in gebrand glas aan-
Author: Jhr. L.C. van Panhuys
Language: Dutch
Subfield: Sociology and Political Science
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W2094904242
