Year: 1999
Type: article
Abstract: Hoewel het concept leerstoornissen reeds jaren ingang heeft gevonden, is de wetenschappelijke eensgezindheid over het cognitief-neurologisch profiel van deze problematiek nog steeds ver te zoeken (Morris et al., 1994).De betreffende groep kinderen is daarentegen wel redelijk goed te onderscheiden op basis van hun leergedrag enprestaties; men kent en herkent het kind met een leerstoornis meer en meer.En precies omdat deze groep meer zichtbaar wordt, werd gaandeweg -eerst in de praktijk, daarna ook in theorie en onderzoek -duidelijk dat zij op andere vlakken dan het leren gemiddeld óók meer problemen hebben dan het doorsnee kind zonder leerstoornis.In dit artikel willen we de relatie tussen de verschillende problemen exploreren aan de hand van een uitgebreide literatuurstudie.Deze exploratie is belangrijk om de opvoedingsproblemen die kinderen met leerproblemen aan ouders en leerkrachten stellen, beter te kunnen begrijpen en te verhelpen.Er is heel wat literatuur over de relatie tussen het leren van schoolse vaardigheden en het psychosociaal functioneren en dit vanuit heel diverse invalshoeken.Bij de selectie van onze bronnen hebben wij de volgende keuzes gemaakt: Onze aandacht richt zich op kinderen met leerproblemen.Vanuit deze doelgroep willen we komen tot een kader van relevante variabelen die in ruimer verband het samenspel tussen leren en psychosociaal functioneren beïnvloeden. We oriënteren ons voornamelijk op bevindingen uit empirisch onderzoek, eerder dan op theoretische kaders die niet in onderzoek getoetst zijn. De literatuur is relatief recent.We zochten hoofdzakelijk naar studies die uitgevoerd zijn na 1980. Aangezien de ontwikkeling van invloed geacht wordt op het verband tussen leerproblemen en specifieke aspecten van het psychosociaal functioneren, richten we ons op onderzoek bij kinderen uit het basisonderwijs. We raadpleegden in eerste instantie drie belangrijke databestanden (Eric, Psychlit, Medline).Tussen de referenties van de relevant bevonden literatuur kon zich bijkomend interessant materiaal bevinden.Een inhoudelijke ordening van de grote hoeveelheid referenties leverde een eerste idee op omtrent belangrijke thema's aangaande het verband tussen leerproblemen en psychosociale moeilijkheden.De psychosociale dimensies die frequent geciteerd worden in relatie tot leerproblemen, konden we onder vier noemers onderbrengen: gedragsproblemen, een verlaagd zelfbeeld, sociale moeilijkheden en motivationele problemen.Wij hebben met dit artikel niet de bedoeling om alle aspecten tot in detail uit te werken, maar wel om de belangrijkste kenmerken en gezichtspunten bondig te belichten.Bij de verschillende psychosociale dimensies die hierna besproken worden, omschrijven we telkens kort wat we onder het betreffende aspect verstaan.Daarna wordt in grote lijnen uitgewerkt op welke wijze kinderen met leerproblemen volgens bevindingen uit empirisch onderzoek moeilijkheden op dat domein vertonen.Vooraf vestigen we nog de aandacht op het volgende.Zoals reeds aangegeven betreft onze literatuur steeds kinderen met leerproblemen.De meeste auteurs spreken over leerstoornissen.Vaak echter zijn de criteria aan de hand waarvan de onderzoeksgroepen samengesteld zijn te ruw om een helder onderscheid in gradaties van algemeenheid, ernst en hardnekkigheid te kunnen maken.Ook treffen we nogal wat verschillen aan in de manier waarop kinderen geselecteerd worden (bijvoorbeeld door middel van een discrepantiescore tussen het verbale en performale IQ, een discrepantiescore tussen het globale IQ en de schoolse prestaties, een uitval op cognitief-neurologische taken, enz.) (Kavale et al., 1994;Morris et al., 1994).Daarom vinden we het correcter om bij het samenbrengen van bevindingen uit de literatuur in meer algemene zin te spreken over kinderen met leerproblemen.Enkel wanneer een auteur expliciet een groep kinderen met leerstoornissen wil vergelijken met een groep kinderen die lage schoolprestaties behalen maar waarbij geen specifieke stoornis werd vastgesteld, zullen we ten behoeve van dit onderscheid de termen leerstoornis en laagpresteren gebruiken. Leerproblemen en gedragsproblemenWat verstaan we onder gedragsproblemen?Probleemgedrag is een begrip met een vrij ruime lading.Van der Ploeg (1990) omschrijft het als "een relatief concept dat aan de orde is als de op dat moment in een bepaalde omgeving heersende normen en geldende regels worden overschreden.De ernst van het probleemgedrag wordt verder bepaald aan de hand van de frequentie, de duur en de omvang alsmede door de mate waarin de betrokkene zichzelf en/of zijn omgeving psychische schade berokkent" (p.13).Meestal gaat het om de combinatie van dysfunctionele psychische processen enerzijds en een problematische omgeving anderzijds.Volgens Hellinckx (1995) moet men, om een gedrag als problematisch te duiden, rekening houden met de ontwikkelingsleeftijd van een kind, met de frequentie en ernst van de gedragingen, met de context(en) waarin het gedrag gesteld wordt en met de persoon die het gedrag als problematisch ervaart.Hij stelt voor om onder gedragsproblemen of probleemgedrag zowel de manifeste probleemgedragingen (bijvoorbeeld woedebuien, hyperkinetisch gedrag) als de emotionele problemen (bijvoorbeeld angst, depressie) en zelfs de psychosomatische problemen (bijvoorbeeld hoofdpijn, buikpijn) te vatten.Evenals op het gebied van leren wordt bij gedrag ook een onderscheid gemaakt tussen lichte of tijdelijke probleemgedragingen en ernstige, langdurige en blijvende gedragsproblemen of gedragsstoornissen.In onze onderzoeksliteratuur scharen veel auteurs zich achter de definiëring van gedragsproblemen in de door hen gebruikte meetinstrumenten.Wijd verspreide schalen om gedragsproblemen te inventariseren zijn de Child Behavior Checklist (Achenbach, 1991) en de Revised Behavior Problem Checklist (Quay & Peterson, 1987).In het kader van leerproblemen wordt nogal eens specifiek naar gedrag in de klas gekeken (bijvoorbeeld met de Classroom Behavior Inventory van Schaefer, Edgerton & Aronson, 1977).Daarnaast valt ook op dat het onderscheid tussen gedragsproblemen en moeilijkheden op sociaal vlak niet steeds verhelderd wordt (bijvoorbeeld bij Kavale & Forness, 1996), wat soms leidt tot conceptuele verwarring. Het voorkomen van gedragsproblemen bij kinderen met leerproblemenVeel onderzoek start met de vraag hoe kinderen met leerproblemen zich gedragen en of dit gedrag gemiddeld genomen te onderscheiden is van het gedrag van kinderen zonder leerprobleem.We registreerden twee recente meta-analyses (Bender & Smith, 1990;Kavale & Forness, 1996) en een reeks van individuele studies waarin uitspraak wordt gedaan over de frequentie van voorkomen en de aard van gedragsproblemen bij kinderen met leerproblemen.Bender en Smith (1990) betrokken 25 studies in hun meta-analyse, die zich toespitsen op 'gedrag in de klas'.Het gaat hier om gedrag dat al dan niet in overeenstemming te brengen is met leren in een reguliere onderwijssetting.In een deel van de opgenomen onderzoeken gebruikten de onderzoekers eigen uitgebreide procedures naast die van de scholen om kinderen met leerstoornissen te identificeren; bij de overige studies beperkte men zich tot het vaststellen van een discrepantiescore tussen het IQ en de leerprestaties.In functie van de meta-analyse werd het bestudeerde gedrag ondergebracht in één van de volgende vijf categorieën: taakgericht gedrag, niet taakgericht gedrag, openlijk storend gedrag, verlegen of teruggetrokken gedrag en afleidbaarheid.Voor elk van de gedragscategorieën scoren kinderen zonder leerprobleem gemiddeld één standaarddeviatie beter dan de kinderen met een leerprobleem.De categorie van niet taakgericht gedrag genereert het grootste verschil tussen beide groepen.Relevant is verder dat er een leeftijdseffect aanwezig is.Voor de jongste leeftijdsgroep (3e kleuter tot 3e leerjaar; groep 2 tot groep 5) schommelt de effectgrootte steeds rond één standaarddeviatie, behalve voor storend gedrag, waar de effectgrootte .32bedraagt.Taakgericht gedrag en afleidbaarheid lijken op deze leeftijd het meest discriminerend te zijn.Wellicht uit zich in deze ontwikkelingsfase daarin het meest duidelijk de discrepantie tussen de verwachtingen van de school en de mate waarin de leerling daaraan kan voldoen.Kavale en Forness (1996) focussen in hun meta-analyse op tekorten in sociale vaardigheden bij kinderen met leerproblemen.Sociale vaardigheden worden door hen nader bepaald als gedrag dat gesteld wordt in specifieke sociale situaties die competent optreden vereisen.Hun zoektocht leverde 152 bruikbare studies op.De meeste van de door hen onderscheiden subcategorieën van sociale vaardigheden zoals die door leerkrachten beoordeeld moesten worden, leunen ons inziens evenzeer aan bij gedrag/gedragsproblemen. Dit illustreert opnieuw de verwevenheid van de dimensies binnen het psychosociaal functioneren.Leerlingen
Source: Lirias
Authors: Els Gadeyne, Pol Ghesquière, Patrick Onghena
Language: Dutch
Field: Psychology
Domain: Social Sciences
Open Access status: green
OpenAlex ID: W2525512792
