J.W. Duyvendak, De planning van ontplooiing. Wetenschap, politiek en de maakbare samenleving
Year: 2000
Type: book-review
Abstract: Volgens journalist John Jansen van Galen bereikten de optimistische 'jaren zestig' hun eindpunt in het breukjaar 1974.De 'lieve revolutie' van psycholoog Carel Muller, die poogde de zwakzinnigeninrichting Dennendal te humaniseren, beleefde een dramatische ontknoping toen Dennendal met geweld door de overheid werd ontruimd.Het verzet tegen de komst van een metrostation op de Amsterdamse Nieuwmarkt was een aflopende zaak.Toen Nederland ook nog de voetbalwedstrijd om het wereldkampioenschap verloor van haar voormalige bezetter Duitsland, sloegen de grote matheid en het ik-tijdperk toe.Deze sprookjesachtige cultuurgeschiedenis wordt op allerlei punten bijgesteld door het boek De planning van ontplooiing.Wetenschap, politiek en de maakbare samenleving van Jan Willem Duyvendak, bijzonder hoogleraar Wetenschappelijke grondslagen van het opbouwwerk en directeur van het Verwey-Jonker instituut.Zijn boek biedt een verhelderende visie op het tanen van de hervormingsdrang in Nederland.Waarom was beginjaren zeventig het ideaal dominant van een 'nieuwe maatschappij', waarin welzijn en menselijke relaties belangrijker waren dan individueel gewin, terwijl de samenleving tien jaar later schijnbaar werd geregeerd door rijke economen en advocaten die 's ochtends juichend hun boterham volsmeerden met de yuppenhalvarine lätta?Het revolutionaire linkse elan, zo maakt het inspirerende boek van Duyvendak duidelijk, ging natuurlijk niet alleen ten onder aan een paar verloren veldslagen of een oliecrisis.Het veranderingsgezinde kamp verloor haar kracht mede door interne strijd.De maatschappijhervormers gleden in de loop van de jaren zeventig weg in een verlammende 'spagaat': ze konden hun benen, oftewel twee van hun belangrijkste idealen, niet bij elkaar houden.Het streven naar vrijheid van het individu, met alle weerzin tegen paternalisme en gezag vandien, bleek moeilijk verenigbaar met de ambitie om planmatig een betere samenleving te realiseren.'Iedere bemoeienis van derden', schrijft Duyvendak, 'en zeker van staatswege, kwam haaks te staan op het idee van zelfontplooiing'.Begin jaren zeventig was van deze spanning tussen zelfontplooiing en maakbaarheid nog weinig merkbaar.Linkse politici groepeerden zich rondom het streven naar individueel welzijn via maatschappijhervorming.Kritische filosofen, sociologen en andragogen schaarden zich eindjaren zestig eveneens in het kamp van de cultuurcritici.Ze trokken ten strijde tegen de algehele 'vervreemding', die in de existentialistische jaren vijftig werd beschouwd als universele condition humaine, maar rond 1970 werd toegeschreven aan de veranderbare condition sociale.Mensen zouden zich veel beter voelen in een maatschappij die ruimte bood aan ieders ware behoeften.Zolang deze nieuwe maatschappij er nog niet was, betoogden kritische sociologen, moest onaangepast gedrag worden toegejuicht.Het was immers een teken van geestelijke gezondheid om je te verzetten tegen een zieke maatschappij.Kortom, wat maatschappijkritiek betreft waren Kabouters, Dolle Mina's, progressieve politici en linkse wetenschappers prima verenigbaar.Rond 1980 werd echter steeds duidelijker dat er problemen waren binnen het 'kritiese' paradijs.Er heerste verschil van mening over de vraag hoe de nieuwe maatschappij moest worden gerealiseerd.Moest een verlichte elite het voortouw nemen door middel van planning van bovenaf?Of was het beter alle interventies van buiten te minimaliseren, zodat individuen zich werkelijk in vrijheid konden ontwikkelen?Deze laatste visie won snel terrein.Alom werd gewaarschuwd tegen het paternalisme van wereldverbeteraars.Wetenschappers werden even-
Author: G. Blok
Language: Dutch
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: diamond
OpenAlex ID: W2120315213
