Year: 2017
Type: book-chapter
Abstract: Theoretische achtergrond van depressieve klachten op onderkenningsniveauDepressieve klachten komen veel frequenter voor bij kinderen en jongeren dan vroeger werd aangenomen.Bij 2-5% van de lagere schoolkinderen blijven die klachten langere tijd aanslepen en is er sprake van een duidelijk negatieve stemming en verminderd plezier en interesse.Tijdens de adolescentie neemt dat aantal jongeren met een depressie in die mate toe dat tegen de jongvolwassenheid, 12-15% van de jongeren ooit langdurige en ernstige depressieve klachten heeft gehad (Copeland, Shanahan, Costello, & Angold, 2011).Depressieve klachten gaan gepaard met hopeloze gedachten over zichzelf (niet de moeite waard zijn), de omgeving (iedereen is tegen mij, niemand houdt van mij) en de toekomst (het zal nooit goed komen met mij) (de cognitieve triade: Beck, Rush, Shaw, & Emery, 1979).Dit leidt bij vele kinderen en jongeren tot onrust en agitatie.Dat kan zich uiten in ongehoorzaam, opstandig, agressief en dwingend gedrag en wordt vaak ten onrechte bestempeld als teken van externaliserende gedragsproblemen.Anderzijds leidt dit tot verminderde energie, concentratie-problemen, eetproblemen, en slaapproblemen.Depressieve klachten kunnen leiden tot absenteïsme op school en verlies van vrienden, en verhogen de kans op zelfverwondend gedrag en suïcide (bv., Baetens, Claes, Muehlenkamp, Grietens, & Onghena, 2012;Craig, 1998).Gegeven de ernstige impact van depressieve klachten op het dagdagelijkse leven en de verdere ontwikkeling van kinderen en jongeren, is het verrassend dat volwassenen in de omgeving van het kind zoals ouders en leerkrachten vaak onwetend zijn over depressieve klachten bij kinderen (Achenbach, McConaughy, & Howell, 1987).Vaak worden jongere kinderen dan ook eerder aangemeld voor een diagnostisch onderzoek omwille van de gerelateerde klachten zoals het moeilijke gedrag of het schools en sociaal uitvallen.Naarmate kinderen ouder worden en in de adolescentie komen, stijgt de kans op suïcidepogingen (bv., Kessler, Borge, & Walters, 1999;Skegg, 2005) en dit wordt dan uiteraard een andere belangrijke reden waarom jongeren met depressieve klachten in de hulpverlening komen (zie hoofdstuk suïcide verder in dit handboek).Depressieve klachten kunnen zowel op dimensioneel als op categoriaal niveau in kaart worden gebracht.Dimensioneel kan men uitspraken doen over de mate waarin de emotionele, motivationele en cognitieve klachten aanwezig zijn die typisch onderdeel vormen van cognitieve klachten.Categoriaal wordt er sinds de invoering van de DSM-5 (APA, 2013) voor kinderen en jongeren gesproken over stoornissen onder de rubriek 'depressieve stoornissen'.Deze hoofdcategorie omvat verschillende subgroepen waarvan we hier twee subcategorieën nader bespreken: de majeure depressieve stoornis en de persisterende depressieve stoornis.Ten eerste is er sprake van een majeure depressieve stoornis ('major depressive disorder'; kortweg: een depressie) wanneer een kind ten minste gedurende twee weken een pervasieve verandering in de stemming vertoont, zich uitend in ofwel depressieve gevoelens ofwel een geïrriteerde stemming en/of verlies van interesse en plezier.Aanvullend moet het kind ook minstens vier andere klinische kenmerken hebben uit de volgende reeks: significante veranderingen in het eetpatroon, gewichtsverlies of gewichtstoename, slapeloosheid of hypersomnia, een nagenoeg dagelijks optredende psychomotorische agitatie of remming, klachten over moeheid of verlies van energie, gevoelens van waardeloosheid of excessieve, irreële schuldgevoelens, een verminderd denk-of concentratievermogen of besluiteloosheid en steeds terugkerende suïcidegedachten en/of suïcidepoging.De bovenstaande karakteristieken moeten tevens van dien aard zijn dat ze een significant lijden veroorzaken of een belemmering vormen in het functioneren op sociaal gebied, bij dagelijkse bezigheden (school, werk) of op andere belangrijke levensterreinen.De bovenstaande symptomen mogen niet te wijten zijn aan fysiologische effecten na middelenmisbruik, of aan een somatische aandoening of gezien worden als een premenstrueel syndroom (aparte groepen in de DSM).Voldoet een kind slechts aan enkele van de hierboven beschreven symptomen, dan kan het beeld volgens de DSM-5 ondergebracht worden bij de 'depressieve stoornis -niet anderszins omschreven' (eveneens aparte groep in de DSM).
Language: Dutch
Subfield: Clinical Psychology
Field: Psychology
Domain: Social Sciences
Open Access status: green
OpenAlex ID: W2786997086
