Year: 1941
Type: article
Abstract: DE INDIANEN OP BONAIREEen van de eerste daden van den gouverneur Changuion, die 10 September 1804 het bestuur over Curacao en onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba aanvaard had, was de benoeming in den raad van politie van een commissie, bestaande uit de raadsleden Van Eek, Cancrijn en Beutner, om den staat van Bonaire te onderzoeken en na te gaan "in hoe verre hetzelve voor verbeetering der cultuur van levensmiddelen en producten en bevordering van landbouw, veeteelt als anderzints vatbaar zoude zijn".Waarschijnlijk als gevolg van de voorstellen dezer commissie kondigde de nieuwe vice-commandeur Johannes Palm Hzn.bij zijn komst op het eiland een verbod af voor vrije lieden om paarden en ezels te hebben en meer dan 25 cabrieten.Deze maatregel werd kennelijk genomen in het belang der gouvernements-veeteelt.Hij ontmoette echter verzet bij de "gesaamentlijke Indiaansche Inwooners des Eilands Bonaire", die in een verzoekschrift aan den gouverneur beweerden, dat het verbod niet voor hen mocht gelden, omdat zij niet "vrijheden" in den zin van vrijgelatenen zouden zijn.Hun betoog is aldus: "De Indiaanen, eene vrije Natie uitmaakende, bleeven na de overheering der Spanjaarden hunne vasallen, hebbende hunne verplichtingen als ook hunne Privilegiën.Na de overgaave van dit Eiland aan de hollandsche republiek en het vertrek der Spanjaarden van daar, waren ook hun, Suppliant, voorouderen, gereed met hun te vertrekken en het Eiland te verlaaten, maar op het verzoek van den hollandsche bevelhebber en onder plechtige belofte, dat de Indiaanen dezelfde vrijheden zouden blijven behouden, die zij onder de Spanjaarden altoos genoten hadden, beslooten zij te blijven.Dus wierden aan de alhier wonende Indiaanen vasallen van de Hollandsche Republiek, en waaren uit dien hoofde verplicht tot
Author: B. de Gaay Fortman
Language: Dutch
Subfield: Anthropology
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W4231532863
