De raadpensionaris mr. Laurens Pieter van de Spiegel en zijn koloniale politiek jegens de West
Year: 1937
Type: article
Abstract: IIDe kolonisten en inzonderheid de planters mochten nog zooveel klagen en protesteeren, verzoeken en requestreeren, de commissie van rapporteurs harerzijds betoogen, dat onmiddellijk hulp aan al de Westindische koloniën diende te worden geboden, zou men deze bezittingen niet ontijdig aan een buitenlandschen vriend of vijand moeten overgeven, er was in het moederland te weinig belangstelling voor deze belangrijke aangelegenheid.Het jaar 1787 was een te bewogen jaar voor de natie, gesplitst in twee uiterst vijandige kampen, van wie de Prinsgezinden naar hulp uit Pruisen en Engeland uitzagen, en de Patriotten hun oog gericht bleven houden op Frankrijk, dan dat men er zich hier te lande veel over bekreunde, wat daar ginds in de West geschiedde.Nu ja, de Bewindhebbers en participanten der W.I.C., zij, die hun verwanten in de West of op de Goudkust van Afrika hadden, de aandeelhouders der tot ondergang gedoemde vennootschap, de gewestelijke regeeringen van Zeeland en Holland, zij hielden aan dat bezit nog wel vast, gispten eenerzijds den inhoud van het allerminst gunstige rapport van Maart 1787, laakten anderzijds het uitblijven van hulp en geldelij ken steun, te verstrekken door de centrale regeering.En nog het meest de verzetsactie der planters, die door de nonchalance en zorgeloosheid jegens de West in het moederland wel het ergst gedupeerd werden en zich steeds meer bedreigd zagen door de gedroste slaven en de steeds vijandiger houding der Boschnegers, die bovendien stiekum werden aangemoedigd van de Franse he kolonie aan de overzijde der Marowijne uit. A. HALLEMAHet was dan ook wel een zonderlinge verhouding, welke zich in de koloniale politiek van dit tijdperk afteekende, ten aanzien zoowel van de Oost als van de West.Wat deze laatste betreft, slechts deze singuliere aspecten en uitwijkende lijnen in de teekening.Kapitein Smissaert en zijn helpers hadden voor het ontwerp der verbeterde militaire versterking in 1786 in de kolonie poolshoogte genomen en dienden na hun terugkomst een daartoe strekkend rapport in, waar en hoe met de minste kosten en het meeste effect verbeteringen zouden kunnen worden aangebracht.Geen resultaat, wel veel critiek aan beide zijden, zoowel hier te lande als in de West.Ondertusschen worstelden de Bewindhebbers met zulk een geldschaarschte, dat ze zelfs het allernoodigste aan levensmiddelen, verdedigingsmiddelen, het benoodigde voor binnenlandsch bestuur, justitie, enz.niet meer naar de koloniën konden zenden en dus ook de handel stil lag.De kas liet den bodem zien en werd op het dringendste hulpgeroep niet aangevuld.Er werd maanden-en zelfs jarenlang gedelibereerd over de opheffing van het monopolie en de toekenning van het recht op de vrije vaart aan alle ingezetenen der Republiek, zonder dat er besluiten genomen werden.De strijd ging tenslotte vooral tusschen Holland en Zeeland, dat zich het meest in zijn gewestelijke belangen geschaad achtte.De aanstelling van een soort van commissarissen-politiek, om het "onderonsje" van Heeren Bewindhebbers op te heffen en de zaken van de West meer naar het publieke forum te brengen, was ook al niet voldoende, om de zoo noodzakelijke snelle verbeteringen aan te brengen, want de andere gewesten erkenden dit niet als een forum competens.Toen wilde Zeeland uit eigen middelen helpen, maar zóó, dat alleen Essequebo en Demerary daarmee voor het oogenblik waren gediend, hetgeen evenmin fair play was.Requesten, om hun belangen beter behartigd te zien, door de planters rechtstreeks aan hun Gouverneurs ingediend, toen alle hulp uit het moederland wegbleef, maakten de woede en verbolgenheid van bestuurders als Jan Espinasse, Directeur-Generaal van de kolonie Essequebo en Demerary, en Jan Cornelis Bent, Commandeur der rivier Essequebo, dermate gaande, dat zij den fiscaal gelastten om de voornaamste der requestenschrijvers in boeten te slaan, bij weigering waarvan lijfsdwang zou worden toegepast.En uit Suriname werd bij voortduring geklaagd aan de Regeering in patria, dat de W.I.C. jaar in, jaar uit in gebreke bleef om te voldoen aan haar verplichting, om jaarlijks 2500 slaven aan Suriname te leveren.De Hollandsche Patriotten waren steeds
Author: A. Hallema
Language: Dutch
Subfield: Anthropology
Field: Social Sciences
Domain: Social Sciences
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W4240585332
