Work

Geschiedenis van de Nederlandsche Bovenwindsche Eilanden in de 18de eeuw IV

Year: 1931
Type: article
Abstract: HOOFDSTUK IV (Fmw/g) 1734-1743 § 14.Wij hebben in het vorige artikel van de moeielijkheden gewaagd met gouverneur William Matthew en het mislukte gezantschap van Ellis en Heyliger *).Faesch moest ze dus ook onder de oogen zien.Hij ging in persoon naar St. Christoffel om den generaal een brief van Bewindhebberen te overhandigen, waarin zij klaagden over het geweld aan Hollandsche West-I ndië-vaarders aangedaan.De ontvangst was vriendelijk genoeg, maar van schadevergoeding repte de generaal niet.Daarom ried Faesch aan, dat men minister Horace Walpole *) moest trachten over te halen, om den generaal te gelasten voldoening te geven althans aan den Griek George Germes en aan de Franschen Jean Sagernan en Jean Berger, alle drie onderdanen van Hunne H. Mog., wat stellig succes zou hebben.Faesch gaf ook copie van een brief van Matthew, waarin deze zijne bezwaren tegen onzen sluikhandel uiteenzette.Hij wenschte wel, dat de Heeren hem wilden onderrichten, wat hij, tusschen zooveel vuren zittend, doen moest.Een Spaansche bark nam b.v.begin December 1737 bij Saba eene Engelsche, die van St. Eustatius naar Jamaica voer.Eene Fransche garde cotte (kustwacht) nam 30 Januari 1738 tusschen St. Christoffel en St. ') Botxfn 5 4. *) Horace, broeder van den grooten Sir Robert, minister van koloniën.Macaulay, Htsfortca/ Essoys, Oxford Ed. 1923 pag.237: "persons like his (Sir Robert Walpole) brother Horace or Henry Pelham, whose industrious mediocrity gave no cause for jealousy .." Naar hem heette Sir Roberts zoon, de beroemde schrijver der brieven en memories; terwijl Horace op zijn beurt zijn zoon Robert liet doopen, dealateren gezant te Lissabon, 1771-1800, /ottrrtaJ o/ a Wy o/ i/wo/ity, P-240 s.Eustatius eene Engelsche bark en maakte jacht op een bark van Saba, die ontkwam.Maar ook de Engelsche bark overweldigde zijn overweldiger en kwam 's nachts 2 uur behouden op onze reede.Geen wonder dat Faesch vroeg, wat hij in zulke gevallen doen moest *) ?Van het geweld aan Hollandsche schepen aangedaan waren de volgende berichten binnen gekomen.Het Engelsche oorlogsschip Roebuck, kapitein Craffort, nam bij St. Lucie de bark Succes, kapitein Willem Fanning, eigendom van Jean Berger en liet haar eerst voor 801-2-2 pesos weder los.Kapitein Fanning was aan boord van de Roebuck als een zeeroover behandeld en de Engelschman had woorden tegen hem gebruikt, die niet pasten in den mond van een heer.En toch waren de Hollandsche paspoorten in orde geweest *).Doch de Engelschen beweerden juist, dat men op St. Eustatius die paspoorten ook gaf aan vreemde schepen.Tijdens een onderzoek, dat de Board of trade in 1750 zou instellen naar den verboden handel tusschen de Engelsche koloniën in Amerika en de Fransche West Indien, bleek o.a.dat Noord-Amerikaansche schepen, die tusschen hun land en St. Eustatius voeren, wanneer zij daar toevallig geen lading vonden, Holiandscne passen Kregen en uan naai iviai Liniquc gn'igcn, natuurlijk om daar Fransche goederen in te nemen *).Dat was in 1737.Vandaar de smadelijke minachting voor die papieren.In October van dat jaar voer La Prospérité, schipper Jan Boudewijns, eigendom weder van Jean Berger naar St. Vincent en Curasao, onder Hollandsche vlag en met Hollandsche passen.Een Engelsch schip, kapitein Mannis, klampte het aan boord en toen men hem het paspoort liet zien, zeide de officier, dat hij daarmede zijn achterste schoonen zou! Daarna bracht hij het schip naar St. Christoffel, toen naar Montserrat, waar een der matrozen onder eede verklaarde, dat het een Fransch vaartuig was, waarop het vonnis van verbeurdverklaring aanstonds volgde *).§ 15.Toen Faesch indertijd op het eiland aankwam, had hij de forten in desolaten toestand aangetroffen.De muren waren ingevallen, de af f uiten der kanonnen verrot en de menschen en de •) Faesch aan X 8 Febr.1738, port.no. 5, fol.35'-41'.*) Faesch 8 Febr.als ftoiw», aUuar fol.41.Klacht van Jean Berger u/iiaar fol.51.Verklaring van Kapt.Fanning aWaar fol.68-60'.Verklaring van Jan Morn op Martinique, correspondent van Jean Berger abftuir fol.52.57.•) Admiraal Knowles' getuigenis voorden Board en in een rapport aan Horace Walpole bij Pitman, o.i».p. 417.*) K«rftZar>'»g van schipper, cargo en matroos van La Prospérité, port.no. 5 fol.48.49'.Coesvelt aan X 31 Jan. 1741: "Kapers slaan geen acht op UE.Gr.Achtb.paspoorten," a/rfaar fol.424.') Faesch aan X 27 Juni 1737, port.no. 4 fol.777.Hij moet van Duitsche afkomst geweest zijn, gemerkt woorden als dit en "nahm", "waaruit UE. ersien sollen", "vorvaehren", "mortalitat", "dem Neptunus offeren", "marck", "darff".*) Pu6/ico(te a/gcftoniiigd *n gea//»g«ri u>aaf Ae/ 6«Aoor/ 7 Octob.1737, port.no. 5 fol.43v.44'.') Faesch aan X 8 Febr.1738 als frotvn.') Faesch aan X 8 Febr.1738 als ftoven; 3 Mei 1739, port, no '5 fol.199.*) Jtoo/uto-n Heeren X Martis 10 Nov. 1739 fol.124'.Kamer aan Faesch 21 Nov. 1739, 108 W.I.C. 71.Over het garnizoen handel ik later afzonderlijk.
Author: L. Knappert
Language: Dutch
Subfield: Anthropology
Open Access status: hybrid
OpenAlex ID: W4246587414
FWCI:
Cites:
Cited by:
Related to: 10