Work

De brouwerijenonderneming van Gilbert van Schoonbeke (1552-1562) (2de deel)

Year: 1968
Type: article
Abstract: Na het overlijden van Gilbert van Schoonbeke op 16 december 1556 volgden er jarenlange processen en betwistingen tussen de stad Antwerpen, de curatoren van het sterfhuis, de brouwers (in de Nieuwstad, oude stad en omliggende dorpen) en de talrijke schuldeisers.Vele van deze betwistingen vallen buiten het kader van dit artikel, daar zij betrekking hebben op werken die door Gilbert van Schoonbeke werden uitgevoerd in opdracht van het stadsbestuur : aanleg van de Nieuwstad, oprichting der nieuwe vestingmuren, enz.Afgezien van een bondige uiteenzetting over de nalatenschap van Gilbert van Schoonbeke zullen hier alleen de verwikkelingen i. v. m.Van Schoonbekes brouwerijenonderneming besproken worden.Op 12 december 1556 had Gilbert van Schoonbeke bij testament zijn vrouw, Elisabeth Hendricx, aangewezen als «exécutrice» van zijn testament en « oppermomboiresse » van hun zes minderjarige kinderen ; zijn zwager, Sebastiaen van Utrecht, stelde hij aan tot medevoogd.Elisabeth Hendricx erfde « tot ende boven heuren goeden ende voirdeel naer deser stadt recht van Antwerpen » al haar juwelen en klederen ; alle overige roerende en onroerende goederen liet van Schoonbeke na aan zijn kinderen (*).Daar Van Schoonbekes ondernemingen zo gecompliceerd waren dat op het ogenblik van zijn overlijden niemand kon zeggen of de balans der erfenis positief zou zijn, achtten Elisabeth Hendricx en (1) IB 2174, nr. 8. * * Uit een procesverbaal (8) opgesteld in januari 1557 (n.s.) door Nicolaes Oudaertj raadsheer van Filips II, en Frans Doolman, auditeur van de Rekenkamer van Brabant, blijkt dat op dat ogenblik de tien brouwerijen op de noorderkaai van de eerste vliet en twee van de zes brouwerijen op de zuiderkaai van de tweede vliet in werking waren (4).Van de vier overblijvende brouwerijen in de Nieuwstad zouden er volgens de commissarissen kortelings twee in gebruik genomen worden ; de andere twee waren -evenals de vier brouwerijen in de oude stad -klaar voor gebruik, maar er had zich nog geen enkele brouwer aangeboden (5).Aan de twee watermolens die Gilbert van Schoonbeke in de Nieuwstad had moeten oprichten was men nog niet begonnen ; de kosten werden door N. Oudaert en F. Doolman geraamd op 4 à 5.000 g.In verband met het « twee-stuiverrecht » meldden de commissain de Vierschaar dat Gilbert van Schoonbeke dit bedrag nog schuldig was aan de Fortificatiekas.Idem, f° 301.Het feit dat juist Melchior Schetz en Chris toffel Pruynen de eisen van het stadsbestuur kracht bijzetten, maakt de zaak wel enigszins verdacht, vermits beiden enkele jaren later zelf beschuldigd werden van geldveiduisteringen.(1) IB 2171, Los stuk, Brief van 16 mei 1558.(2) Idem, Akte van 25 mei 1558.Op 8 juli 1558 legden zij de eed afin handen van Henrick van Berchem.IB 2151, f» 11 v°.(3) IB 2170, Verbal touchant le besoigne de maistre Nicolas Oddart, conseiller, et Franchois Doolman, auditeur en Brabant, concernant le fait des brasseries en la Nouvelle Ville d'Anvers.(4) Deze twee brouwerijen waren : Den Aren(t), sinds 5 oktober 1556, en Den Bonten Mantel, sinds 12 oktober 1556.IB 2142, f» 11-12.(5) Voor 1562 zou slechts één van deze vier brouwerijen in werking treden : Backersveer (15 mei 1557).Idem, f" 13.De andere drie brouwerijen werden in deze periode gebruikt als pakhuizen of graanopslagplaatsen.IB 2151, f° 81.
Author: H. Soly
Language: French
Open Access status: green
OpenAlex ID: W4256587436
FWCI:
Cites:
Cited by: 13
Related to: 10