Year: 2023
Type: article
Abstract: Achter de gecanoniseerde stromingen die je in ieder filosofisch handboek tegenkomt, schuilt een diversiteit aan lokale filosofische tradities.Deze dreigen nogal eens over het hoofd te worden gezien.Wie in de laatste vier decennia les gevolgd heeft aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (HIW) aan de KU Leuven kwam zo ongetwijfeld in contact met een traditie van denkers met een particuliere filosofische fascinatie voor symbolen en rituelen.Wat daarbij steeds op het spel stond was een dieper inzicht in de aard van het menselijk verlangen en de menselijke drijfveer voor zingeving, erkenning en relevantie.Bij dit soort thema's denkt men wellicht aan Leuvense filosofen zoals Herman De Dijn, Paul Moyaert, Rudi Visker, Paul Cortois, Bart Pattyn of Roland Breeur. 1 Maar hier wil ik me toeleggen op een ander cruciaal denker binnen deze Leuvense 'symbolische school', namelijk Arnold Burms. 2 Zijn bijdrage aan deze traditie wordt, in tegenstelling tot het bovenstaande lijstje, minder vaak uitgelicht en besproken.Dat heeft te maken met het feit dat Burms vooral artikels schrijft.De voornaamste uitzondering is De rationaliteit en haar grenzen (Van Gorcum, 1986), het boek dat hij met Herman De Dijn publiceerde.Verder bestaan slechts bundelingen van artikels, zoals Ik, zelf: essays over identiteit en zelfbewustzijn (Peeters, 2000) met Roland Breeur, Waarheid, evocatie, symbool (Peeters, 2011), en De sacraliteit van leven en dood (Pelckmans, 2011) met De Dijn.Toch zijn er goede redenen om deze artikels ter hand te nemen.Ze typeren zich allereerst door een buitengewone helderheid.Hierdoor bieden ze een waardevolle bron om ook de inzet van de andere Leuvense denkers te begrijpen.De invloed is bovendien vaak heel expliciet.Er zijn weinig Leuvense dankwoorden waarin Burms niet uitdrukkelijk wordt vermeld.Daarom biedt het werk van Burms wellicht de beste toegangspoort om de fundamentele inzet van deze Leuvense traditie te begrijpen.Het is daarom niet het doel van deze inleiding om een uiteenzetting te geven van de volledige filosofie noch de gehele biografie van Burms.3 Eerder wil ik kort de centrale motivatie achter zijn filosofie weergeven (sectie 1) om vervolgens aan te geven hoe dat aan de basis ligt van zijn centrale concepten (sectie 2), wat op zijn beurt een leeswijzer biedt voor een reeks Leuvense filosofen (sectie 3).Hopelijk verheldert dat de inzet van de vertaling en het interview die op deze tekst volgen. Een filosofie van het symbolischeIn 1978 verdedigde Arnold Burms zijn doctoraat "Vrijheid, verantwoordelijkheid, menselijke waardigheid en determinisme.Een discussie met de analytische filosofie" met Wim de Pater als promotor.Zoals hij in het interview aangeeft hield het probleem van vrije wil en determinisme hem al vanaf zijn jeugd bezig.Wat hem tot de filosofie bracht, was een confrontatie met een aantal analytische filosofen die het probleem van vrije wil als een schijnprobleem ontmaskerden.Het is die stijl van filosoferen die hem vanaf het begin interesseerde: filosofie als het ontzenuwen van abstracte filosofische problemen via conceptuele analyse en het vakkundig gebruiken van een aantal alledaagse en intuïtieve tegenvoorbeelden.Die stijl is al in de eerste publicaties van Burms herkenbaar, die zullen uitmonden in De rationaliteit en haar grenzen.4 In dat boek ontzenuwen Burms en De Dijn een hele resem aan filosofische debatten, van vrije wil en scepticisme tot persoonsidentiteit.De klassieke benaderingen typeren zich door een miskenning van wat zijzelf de 'zingevende interesse' noemen.Het boek start met de ambitieuze vraag 'Wat drijft de mens?'.Al snel duiken twee intuïtieve antwoorden op.Ofwel wordt er gewezen op de fundamentele kennisinteresse dan wel op een beheersingsinteresse. Het menselijk gedrag valt met andere woorden vaak te lezen als een poging om ofwel kennis dan wel controle over een fenomeen te verkrijgen.Neem de vraag waarom je eerlijkheid waardeert.Hierop kan je antwoorden dat je ultiem gedreven wordt door een verlangen de juiste kennis over je vrienden te verkrijgen.Eveneens zouden we het begrijpen als je zegt dat die waardering voortkomt uit het verlangen om niet voor verrassingen te staan.Eerlijkheid staat dus zo in functie van het vergaren van kennis of de controle over de wereld.Wat Burms en De Dijn echter betogen is dat er centraal nog een derde interesse meespeelt die veel van ons gedrag verstaanbaar maakt, maar die vaak niet wordt erkend: de zingevende interesse.Je kan bijvoorbeeld ook wensen dat naasten eerlijk tegen je zijn, zelfs al levert die eerlijkheid je geen relevante kennis noch controle op.Ook belogen worden over de kleinste pietluttigheden kan een persoon in zijn waardigheid krenken.Het boek vormt een goede insteek in Burms' werkwijze die je in de meeste van zijn teksten terugvindt, 5 want de centrale leidraad van zijn denken kan men samenvatten als een tweevoudig proces.De eerste stap is aantonen dat wat op het eerste gezicht een fundamenteel filosofisch probleem lijkt, eigenlijk niet meer is dan een schijnprobleem.Dat is vertrouwd terrein dat je terugvindt bij de grote helden van Burms, zoals Ludwig Wittgenstein, Gilbert Ryle of Peter Strawson.Een vaste verwijzing is bijvoorbeeld het artikel "Freedom and Resentment" van Strawson, waarin deze tracht aan te tonen dat het probleem van determinisme en verantwoordelijkheid eigenlijk een schijnprobleem is.6 Strawson doet dat door te argumenteren dat ons geloof in vrije wil niet gebaseerd is op theoretische aannames over hoe de wereld in elkaar zit -en die zouden kunnen worden
Source: De Uil van Minerva
Author: Massimiliano Simons
Institution: KU Leuven
Language: Dutch
Subfield: Experimental and Cognitive Psychology
Field: Psychology
Domain: Social Sciences
Open Access status: diamond
OpenAlex ID: W4385201876
