Work

Voorwoord

Year: 2025
Type: article
Abstract: Haar bijdrage aan dit nummer over Blaise Pascal (1623-1662) opent Greet van Thienen met de vraag "Hoe het kan dat wat wetenschapper en denker Blaise Pascal bijna 400 jaar geleden schreef [...] nog altijd tot ons spreekt?" Elk van de hiernavolgende teksten -vier artikels en zeven reflecties bij een specifiek pensée van Pascal -geeft op eigen wijze een antwoord op die vraag.Van Thienen vindt de actualiteit van Pascal terug in diens analyse van de menselijke misère, in het bijzonder de verveling, waarbij verstrooiing wordt gezocht om zich van dat onaangename gevoel te bevrijden.Vergeleken met de zeventiende eeuw zijn de middelen om afgeleid te worden niet alleen sterk toegenomen door allerhande technologische innovaties, maar deze versterken ook de onrust eigen aan mensen die, naar de bekende uitspraak van Pascal, moeite hebben om rustig in een kamer te blijven.We mogen dan misschien al minder (bewust?) dan Pascals tijdgenoten melancholie en angst ervaren omwille van het zwijgen van een oneindig universum en een God die niet thuis geeft, het gevoel van richting-en doelloosheid lijkt alleen maar toegenomen.In Pascal, evenwel, vinden we naast de woorden die aan die ellende uitdrukking geven, ook de instrumenten voor een scherpere analyse en voor een perspectief dat de menselijke eindigheid niet als een louter terneerdrukkend feit beschouwt.Meer over, aldus Pascal, de imbeciele aardworm genaamd 'mens' kunnen we lezen in het essay van Hanna Vandenbussche.Hier wordt onze pijnlijke conditie in verband gebracht met het christelijke dogma van de erfzonde.De net als in de zeventiende eeuw ook vandaag druk bediscussieerde eigenliefde -of narcisme -is de angel van het kwaad, want daaraan ontsproot de hoogmoed waarmee de mens zich van God afkeerde.Waarop die laatste besloot man en vrouw uit het paradijs te verbannen.Van die paradijselijke toestand bewaart de mens een vage herinnering, wat hem doet verlangen naar Waarheid, Goedheid en Geluk, terwijl hij het tijdens het aardse leven moet stellen met illusies, bedrog, onzekerheid, het treurigstemmende besef van vergankelijkheid en de angst inboezemende verwachting dat het leven na de dood niet gewoon ophoudt maar ook dan aan Gods straffende gerechtigheid onderworpen zal worden.Naast de door Van Thienen gethematiseerde verstrooiing treft de lezer in Vandenbussches tekst de verbeelding aan, het vermogen waarmee de mens het miserabele van zijn bestaan -de onmacht van de rede en de wild om zich heen grijpende behoefte bemind te worden -voor zichzelf en anderen verhult.Ook hier luidt de conclusie dat desalniettemin een mogelijkheid tot inzicht en relativering de mens niet is ontnomen.In het derde essay staat de kwestie van de oneindigheid centraal.André van Delft spreekt in dat verband van een dubbele oneindigheid, namelijk het oneindig kleine (of het nietige) en het oneindig grote, waartussen de mens zich als eindige grootheid ophoudt.Pascals moderniteit bestaat erin met die oneindigheden te
Language: Dutch
Subfield: Philosophy
Open Access status: diamond
OpenAlex ID: W4411419491
FWCI:
Cites:
Cited by:
Related to: